Gebruiksaanwijzing

1. Zorg er voor dat uw installatie niet meer onder stroom staat.

2. Open het filtervat.

3. Verwijder het oude filtermateriaal.

4. Reinig het filtervat.

5. Plaats een laag gewassen kiezel, tot vlak boven het filterkruis.

6. Vul het filtervat tot circa 75%, maar maximaal tot aan de onderkant van de terugspoelleiding, met Pureflow pool pads.

7. Wanneer de terugspoelleiding diameter is groter dan 5cm, plaats een terugspoelbeveiliging.

8. Sluit het filtervat terug af.

9. Zet de installatie terug onder stroom.

10. Start met een korte terugspoeling.

11. Ga over naar de normale filtermodus.


 
 

Opmerking:


PureFlow® kan op elk moment worden teruggespoeld. Zorg ervoor dat u uw filtertank niet overbelast (maximaal 75% vullen en/of tot de onderkant van de terugspoelleiding).

Als er teveel filtermateriaal in de tank zit, is er te weinig vrije ruimte en kunnen de filterelementen tijdens het terugspoelen niet loskomen om gespoeld te worden. Bovendien voorkomen filterelementen voor de uitlaat dat vuil wordt afgevoerd tijdens het terugspoelen.

 

Met het terugspoelrooster voorkom je het ongewenst wegspoelen van PureFlow® filtersegmenten tijdens het terugspoelen.

Het terugspoelrooster is alleen nodig bij filtertanks zonder uitlaatrooster (zeef) als hierdoor het filtermateriaal kan worden uitgespoeld. Het terugspoelrooster is enkel nodig bij terugspoelleidingen met diameter > 5 cm.